ECLI:NL:RBDHA:2023:5879
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor haar gezinsleden. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard omdat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit heeft genomen. Eiseres heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend.
De rechtbank heeft overwogen dat bij aanvragen om gezinshereniging bij een houder van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. Gelet op het dossier en het feit dat verweerder nog niet naar de aanvraag heeft gekeken, is een termijn van twintig weken na verzending van deze uitspraak opgelegd waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast is een dwangsom van €100 per dag vastgesteld voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van €7.500. Verweerder is tevens veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van eiseres van €418,50. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht is definitief toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.