ECLI:NL:RBDHA:2023:5806
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding fysiotherapie na dienstverbandaandoeningen mag beperkt worden tot bepaalde periode
Eiser, voormalig militair met dienstverbandaandoeningen aan linker enkel en rechterheup, verzocht om vergoeding van fysiotherapie na 2022. De staatssecretaris had de vergoeding beperkt tot 2022, omdat nader medisch onderzoek nodig was om de noodzaak van verdere behandelingen vast te stellen.
Eiser stelde dat zijn klachten chronisch zijn en dat een medische eindtoestand is bereikt, waardoor verdere vergoeding zonder nader onderzoek zou moeten worden toegekend. De rechtbank overwoog dat ook bij een medische eindtoestand een vergoeding voor onbepaalde tijd niet vanzelfsprekend is, omdat omstandigheden kunnen veranderen.
De rechtbank vond het redelijk dat verweerder een einddatum verbond aan de vergoeding en dat eiser een nieuwe aanvraag moet indienen voor toekomstige behandelingen, waarna een herbeoordeling kan plaatsvinden. De rechtbank wees het beroep af en veroordeelde verweerder niet tot vergoeding van MRI-kosten.
De uitspraak bevestigt dat bij vergoeding van zorg na dienstverband medische noodzaak periodiek moet worden beoordeeld, ook bij een medische eindtoestand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat vergoeding fysiotherapie mag worden beperkt tot 2022 met mogelijkheid tot nieuwe aanvraag.