ECLI:NL:CRVB:2017:3987
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging termijnvergoeding medicinale cannabis bij PTSS dienstverband
Appellant, een gewezen militair met PTSS als dienstverbandaandoening, verzocht de minister om vergoeding van medicinale cannabis. De minister wees dit aanvankelijk af, maar wijzigde dit na bezwaar met een vergoeding tot 4 maart 2017, waarna herbeoordeling zou volgen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het redelijk was een termijn te stellen, omdat PTSS-klachten kunnen fluctueren en een levenslange indicatie niet vaststaat. Appellant stelde in hoger beroep dat de termijn onjuist was en dat hij onzekerheid over toekomstige vergoeding zou ervaren.
De Raad volgde appellant niet en bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad wees erop dat de gevolgen van PTSS wisselend kunnen zijn en dat een herbeoordeling passend is. Ook maakte het feit dat appellant uitbehandeld is bij specialist niet uit, omdat de huisarts nieuwe recepten kan verstrekken. De vergoeding betreft de daadwerkelijk gemaakte kosten. Het hoger beroep werd afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de minister terecht een termijn stelde aan de vergoeding van medicinale cannabis met een herbeoordeling na afloop.