ECLI:NL:RBDHA:2023:5767
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel wegens interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiseres, een Nigeriaanse alleenstaande moeder met twee minderjarige kinderen, vroeg in Nederland een verblijfsvergunning asiel aan. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiseres in Italië internationale bescherming geniet, waar zij eerder asiel heeft gekregen.
Eiseres betwistte niet dat zij internationale bescherming in Italië heeft, maar stelde dat zij nooit een verblijfsdocument heeft ontvangen en geen band met Italië heeft. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een document en het verlopen van de vergunning niet betekenen dat de beschermingsstatus is beëindigd. De Italiaanse autoriteiten bevestigden dat eiseres en haar kinderen nog steeds bescherming genieten.
De rechtbank stelde vast dat eiseres haar betoog over het ontbreken van een band met Italië had ingetrokken en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog steeds geldt. Ook haar persoonlijke omstandigheden, waaronder haar status als alleenstaande moeder, waren onvoldoende om te concluderen dat zij bijzonder kwetsbaar is in de zin van het arrest Ibrahim.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wees ook op het ontbreken van proceskostenveroordeling en gaf aan dat hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.