ECLI:NL:RBDHA:2023:5646

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 april 2023
Publicatiedatum
20 april 2023
Zaaknummer
NL23.5822
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42 Vw
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag

Eiser diende op 12 mei 2022 een asielaanvraag in. Volgens de toen geldende wettelijke beslistermijn van zes maanden zou de beslissing uiterlijk op 12 november 2022 moeten zijn genomen. Echter, met de inwerkingtreding van het Besluit WBV 2022/22 op 27 september 2022 werd de beslistermijn met negen maanden verlengd, waardoor de nieuwe termijn op 12 augustus 2023 eindigt.

Eiser stelde op 15 november 2022 een ingebrekestelling op, maar deze was volgens de rechtbank te vroeg omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb kan een beroepschrift pas worden ingediend nadat het bestuursorgaan in gebreke is gesteld en twee weken zijn verstreken na ontvangst van die ingebrekestelling.

De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voldoende aannemelijk had gemaakt dat de situatie voor de verlenging voldeed aan de wettelijke criteria. Hierdoor was de verlenging rechtsgeldig en was het beroep van eiser niet-ontvankelijk. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling door geldige verlenging van de beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.5822
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 26 februari 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 12 mei 2022.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb1 uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eiser heeft op 12 mei 2022 een asielaanvraag ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in geval van eiser op 12 november 2022 eindigen. De staatssecretaris heeft met de inwerkingtreding van de WBV 2022/222 de beslistermijn met ingang van 27 september 2022 verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eiser pas op 12 augustus 2023 zal eindigen. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van 21 maart 20233 geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in
1. Algemene wet bestuursrecht.
2 Besluit van 21 september 2022, nummer WBV 2022/22, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2022 nr. 25775; in werking getreden op 27 september 2022.
artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw.4 De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. Deze verlenging is daarom rechtsgeldig. Dat betekent dat op het moment van de ingebrekestelling de beslistermijn nog niet was verstreken, waardoor de ingebrekestelling van 15 november 2022 te vroeg is ingediend. Daarom is het beroep van eiser tegen het uitblijven van een besluit op zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
4 Vreemdelingenwet 2000.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.