Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 oktober 2022 in de zaken tussen
[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder,
de Staat der Nederlanden, de Minister voor Rechtsbescherming, de Staat.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil7. In geschil is voor de jaren 2014 en 2017 of eiseres in aanmerking komt voor aftrek voor reiskosten voor ziekenbezoek als bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, onder h, Wet IB 2001. Verder is in geschil of eiseres recht heeft op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn dan wel op vergoeding van materiële schade.
€ 1.442) zijn volgens verweerder inmiddels toegekend en uitbetaald waarbij een bedrag van € 50 aan rente is vergoed.
[…] de invloed van de belanghebbende en/of diens gemachtigde op de duur van het proces, bijvoorbeeld door het doen van herhaalde verzoeken om verlenging van gestelde termijnen of om uitstel voor (het voldoen aan) uitnodigingen of oproepingen.” [2]
10 januari 2022. Gezien het feit dat de gemachtigde in zijn stukken geen telefoonnummer of e-mailadres heeft vermeld waarop hij bereikbaar is, was er geen andere mogelijkheid om gemachtigde te informeren dan per post. Dat de brieven van 6 januari 2022 hem kennelijk niet tijdig hebben bereikt, komt dan ook voor zijn rekening en risico. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor een kostenvergoeding.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2014 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 22.719;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2017 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 26.087;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2018 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 26.205;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2019 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 27.274;
- draagt verweerder op de beschikkingen belastingrente te herzien overeenkomstig de hiervoor bepaalde belastbare inkomens uit werk en woning;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 100;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 900;
- draagt verweerder op het door eiseres betaalde griffierecht van in totaal € 97 aan haar te vergoeden.