ECLI:NL:RBDHA:2023:561
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak over samenhang bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvragen ongegrond verklaard
Opposanten, een moeder en dochter, hadden beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen. De rechtbank had eerder vastgesteld dat verweerder slechts één bestuurlijke dwangsom verschuldigd was vanwege de samenhang van de aanvragen en had verweerder veroordeeld in de proceskosten van opposanten.
Tegen deze uitspraak deden opposanten verzet, stellende dat de samenhang ten onrechte was aangenomen en dat zij afzonderlijk beroep hadden ingesteld. De rechtbank oordeelde dat de samenhang terecht was aangenomen, mede omdat opposanten een gezin vormen, gelijktijdig Nederland zijn binnengekomen en gelijktijdig asiel hebben aangevraagd.
De rechtbank concludeerde dat de familieband en de inhoudelijke samenhang tussen de aanvragen rechtvaardigen dat slechts één dwangsom wordt verbeurd. Ook voor de proceskosten werd samenhang aangenomen, ondanks afzonderlijke beroepen. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzet tegen de uitspraak over samenhang van bestuurlijke dwangsommen wordt ongegrond verklaard.