ECLI:NL:RBDHA:2023:5420
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kostenvergoeding bezwaarfase WOZ en redelijke termijn niet overschreden
Verweerder stelde de WOZ-waarde van een woning vast en na bezwaar werd deze waarde verlaagd. Eiser maakte beroep tegen de vaststelling van de kostenvergoeding voor de bezwaarfase, met name over de vergoeding voor de aanwezigheid van een taxateur bij de hoorzitting.
De rechtbank oordeelde dat de taxateur geen vergoeding toekomt omdat hij geen inhoudelijk relevante bijdrage leverde en niet als deskundige in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht kan worden aangemerkt. De reeds toegekende vergoeding van €530 voor rechtsbijstand werd als passend beschouwd.
Daarnaast werd het beroep op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen. De redelijke termijn van twee jaar was niet overschreden omdat het geschil over de WOZ-waarde en aanslagen na de uitspraak op bezwaar was beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 13 april 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de kostenvergoeding voor de bezwaarfase wordt niet verhoogd; er is geen overschrijding van de redelijke termijn.