ECLI:NL:RBDHA:2023:4985
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens toegang tot veilig derde land Zuid-Afrika
Eiser, van Bengalese nationaliteit, diende op 2 maart 2022 een asielaanvraag in die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van het bestaan van een veilig derde land, Zuid-Afrika. Eerder was een eerdere asielaanvraag van eiser eveneens afgewezen omdat hij toegang zou hebben tot Zuid-Afrika, waar hij eerder had gewoond en gewerkt.
Eiser stelde dat hij geen toegang tot Zuid-Afrika krijgt omdat zijn verblijfsvergunning verlopen is en de Zuid-Afrikaanse ambassade geen reisdocumenten afgeeft. Hij overhandigde e-mails van DT&V en verklaarde dat hij samen met zijn gemachtigde contact had gezocht met de ambassade. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen toegang tot Zuid-Afrika kan verkrijgen. De eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigen dat het aan eiser is om te bewijzen dat toegang onmogelijk is.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft afgezien van een inhoudelijke beoordeling van de asielmotieven en de aanvraag als kennelijk ongegrond mocht afwijzen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser komt niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij geen toegang heeft tot Zuid-Afrika.