ECLI:NL:RBDHA:2023:4656
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor bedrijfsmatig handelen zonder onderbouwing voortbestaan onderneming
Eiser heeft een toevoeging voor rechtsbijstand aangevraagd voor een hoger beroepsprocedure over een geschil omtrent betaling van juridische werkzaamheden verricht via zijn bedrijf. Verweerder heeft deze toevoeging geweigerd omdat het belang voortkomt uit bedrijfsmatig handelen en eiser niet voldeed aan de uitzonderingsgronden van artikel 12, tweede lid, onder e, van de Wrb.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen recente financiële stukken heeft overgelegd om aannemelijk te maken dat het voortbestaan van zijn onderneming afhankelijk is van de aangevraagde rechtsbijstand. De enkele stelling van onmacht om stukken te overleggen, is onvoldoende om de bewijslast te ontlopen.
Eiser heeft aangevoerd dat verweerder niet heeft aangegeven welke stukken nog verlangd werden en dat het evenredigheidsbeginsel geldt, maar de rechtbank acht deze argumenten niet doorslaggevend. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af zonder toekenning van proceskosten of verletkosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het voortbestaan van zijn onderneming afhankelijk is van de aangevraagde rechtsbijstand.