Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser 2],V-nummer: [v-nummer 2] eiser 2,
,
Rechtbank Den Haag
Eisers, Syrische familieleden van een jongvolwassene die in Nederland verblijft, vroegen een verblijfsvergunning aan op grond van artikel 8 EVRM Pro voor verblijf als familie- of gezinslid. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de jongvolwassene niet onder het jongvolwassenenbeleid viel en er geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Eisers stelden in beroep dat de jongvolwassene wel onder het beleid valt en dat er sprake is van wederzijdse afhankelijkheid, mede vanwege medische en psychische problemen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht heeft vastgesteld dat de jongvolwassene sinds 2014 zelfstandig in zijn levensonderhoud voorziet en dat de familiebanden feitelijk verbroken zijn. De wederzijdse afhankelijkheid ontbrak, mede omdat andere familieleden voor de ouders kunnen zorgen. De belangenafweging hield rekening met de objectieve belemmeringen, gezinsleven, identiteit en openbare orde, maar ook met het economisch belang van de staat en het ontbreken van bewijs voor psychische problemen.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van het kind en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.