Uitspraak
Rechtbank den haag
1.Branchevereniging van Lachgas Leveranciers te Hoofddorp,
1.De procedure
2.De feiten
distikstofmonoxide, lachgas”, ii) na artikel 15 van Pro het Opiumwetbesluit een artikel 15a wordt ingevoegd, dat luidt:
“De verboden in artikel 3, aanhef en onder A, B, C en D, van de wet ten aanzien van distikstofmonoxide (lachgas), CAS-nummer 10024-97-2, zijn niet van toepassing wanneer het distikstofmonoxide bestemd is voor technische doeleinden of als voedingsadditie”en iii) het Besluit met ingang van 1 januari 2023 in werking treedt.
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
daarnaastkan instellen als lasthebber. Zij verwijst daartoe naar twee door haar daags voor de zitting overgelegde verklaringen, waarin LOL Company B.V. en Trievoor B.V. (twee van haar leden) verklaren dat zij de Branchevereniging hebben opgedragen om in haar eigen naam hun belangen te behartigen, welke handelingen in ieder geval omvatten het in rechte betrekken van de Staat met het doel de Staat te verbieden om uitvoering en toepassing te geven aan het lachgasverbod en daartoe al het nodige te verrichten, in de ruimste zin. De Branchevereniging heeft daarbij opgemerkt dat haar lastgevers als leverancier en afnemer van lachgas direct geraakt worden door het lachgasverbod.
onmiskenbareonverbindendheid is sprake indien die onverbindendheid buiten redelijke twijfel staat; slechts dan is het verantwoord in kort geding een regeling te treffen zoals gevorderd.
“toereikend te motiveren waarom de regering een combinatie van de minder ingrijpende, bestaande en toegezegde maatregelen van regulering, voorlichting en preventie niet afdoende acht om op dit moment de gestelde doelen te behalen”overweegt de voorzieningenrechter dat is gebleken dat dit advies heeft geleid tot een aantal aanpassingen en verduidelijkingen in de NvT. De Staat heeft dus gereageerd op dit advies, zodat niet valt in te zien dat daaruit volgt dat het Besluit geen stand kan houden.