ECLI:NL:RBDHA:2023:356
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvraag
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag en tegen het niet verbeuren van bestuurlijke dwangsommen door de staatssecretaris. Hoewel de asielaanvraag later werd ingewilligd, handhaafde eiser het beroep om de vraag van bestuurlijke dwangsommen en proceskosten te laten beoordelen.
De rechtbank oordeelde dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND uitsluit dat bestuurlijke dwangsommen worden toegepast op asielaanvragen. Eiser verwees naar eerdere uitspraken waarin deze uitsluiting werd betwist wegens strijd met Unierechtelijke beginselen zoals gelijkwaardigheid en doeltreffendheid.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde echter dat de Tijdelijke wet niet in strijd is met deze Unierechtelijke beginselen omdat er alternatieve rechtsmiddelen bestaan. Hierdoor ontbrak het procesbelang van eiser om het beroep voort te zetten.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde de staatssecretaris in de proceskosten van €418,50 vanwege het recht op beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet verbeuren van bestuurlijke dwangsommen is niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris is veroordeeld in de proceskosten.