ECLI:NL:RBDHA:2023:3084
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-in-ontvangstneming asielaanvraag wegens Dublinverordening Frankrijk
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 18 mei 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling, gezien eerdere visumverstrekking aan eiser en de acceptatie van het overnameverzoek door Frankrijk.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege slechte omstandigheden in Frankrijk, gebrek aan vrijheid van godsdienst en zijn intentie om in Nederland asiel aan te vragen. Tevens stelde hij dat verweerder onvoldoende rekening hield met de gevolgen van overdracht en verwees naar artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelde dat Frankrijk in beginsel verantwoordelijk is en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing is. De brief van VluchtelingenWerk Nederland gaf geen nieuw beeld, en Frankrijk is gebonden aan het EVRM, waaronder vrijheid van godsdienst. De intentie van eiser en het aantal geloofsgenoten in Nederland zijn niet relevant voor de verantwoordelijke lidstaat.
Verweerder hoefde artikel 17 niet Pro toe te passen omdat niet was onderbouwd dat overdracht onevenredige hardheid oplevert. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.