ECLI:NL:RBDHA:2023:282
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering visum kort verblijf wegens onvoldoende binding met land van herkomst
Eiseres, met de Ghanese nationaliteit, verzocht om een visum voor kort verblijf om haar echtgenoot in Nederland te bezoeken. De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat eiseres onvoldoende sociale en economische binding met Ghana had aangetoond, waardoor twijfel bestond over haar tijdige terugkeer.
Eiseres voerde in beroep aan dat zij zorg draagt voor haar minderjarige zoon in Ghana en inkomsten heeft uit verhuur van woning en auto, en dat zij eigenaar is van onroerend goed. Zij stelde ook dat andere factoren dan binding de terugkeer kunnen waarborgen en bood aan zich te houden aan een meldplicht. Daarnaast stelde zij dat zij had moeten worden gehoord.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht twijfelde aan de binding met Ghana, mede omdat de zorg voor haar zoon niet met objectief bewijs was onderbouwd en de economische binding onvoldoende was aangetoond. Ook het bezit van onroerend goed was niet met documenten bewezen. De rechtbank vond dat de twijfel aan tijdige terugkeer terecht was en dat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Er was geen reden om eiseres te horen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard.