ECLI:NL:RBDHA:2022:6230
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende motivering
Eiseres, een Gambiaanse nationaliteit houdende vrouw, vroeg op 20 april 2021 een visum voor kort verblijf aan om haar Nederlandse partner te bezoeken. De Minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af op grond van twijfel over het verblijfsdoel, onvoldoende middelen van bestaan, twijfel over terugkeer en een COVID-19-gerelateerde volksgezondheidsdreiging.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de eerdere naleving van visumregels door eiseres en haar referent niet voldoende waarborgen biedt voor terugkeer. Ook is onvoldoende onderzocht en gemotiveerd of de garantsteller voldoende duurzame inkomsten heeft, mede gezien overgelegde huurinkomsten. Daarnaast is niet getoetst of eiseres onder een COVID-19-uitzonderingscategorie valt.
Verder is onterecht afgezien van het horen van eiseres en referent bij bezwaar. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de Awb en beveelt verweerder binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen, waarbij het visum alsnog kan worden verleend of de weigering deugdelijk gemotiveerd moet worden. Vergoeding van griffierecht en proceskosten wordt aan eiseres toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het visum wordt vernietigd met opdracht tot een nieuwe beslissing.