Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 december 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit Amsterdam, [eiser]
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
subsidiairverzocht om haar opnieuw als referent te erkennen voor het verblijfsdoel ‘arbeid regulier en kennismigranten’.
Primairheeft ze verzocht die aanvraag af te wijzen en te bevestigen dat ze al die tijd erkend referent is gebleven. Op de zitting hebben partijen bevestigd dat zij dit opvatten als een verzoek om terug te komen van de intrekkingsbeslissing van 12 juni 2020. De rechtbank gaat daar ook van uit.
Overwogen is om de erkenning als referent in te trekken wanneer de referent gedurende een bepaalde tijd geen gebruik heeft gemaakt van de versnelde procedure. Daarvoor is, zo antwoorden wij de leden van de SGP-fractie, echter niet gekozen. Zowel de intrekking van de erkenning, als ook het later eventueel opnieuw erkennen van de desbetreffende rechtspersoon of onderneming als referent zijn procedures die lasten meebrengen voor zowel de overheid als het bedrijfsleven. Intrekking is in die gevallen, waarin de als referent erkende rechtspersoon of onderneming enige tijd geen gebruik van de versnelde procedure heeft gemaakt, naar onze mening ook niet nodig (...)Aangezien ook in die gevallen waarin de erkende referent enige tijd geen gebruik maakt van de versnelde procedure, tussentijds wordt gecontroleerd of de desbetreffende rechtspersoon of onderneming nog steeds voldoet aan de voorwaarden voor erkenning als referent, verwachten wij ook niet dat de erkenning voor onbepaalde tijd zal leiden tot meer misbruik of fraude.” [9]