ECLI:NL:RBDHA:2023:21482
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig is en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.
De kern van het geschil betreft de vraag of de ingebrekestelling die eiser heeft gestuurd geldig was. Volgens de wet moet een betrokkene het bestuursorgaan schriftelijk in gebreke stellen en vervolgens twee weken wachten alvorens beroep in te stellen. Sinds 27 september 2022 is het besluit WBV 2022/22 van kracht, dat beslistermijnen voor asielaanvragen die nog niet verstreken waren op die datum met negen maanden verlengt.
Eiser betwist dat de verlenging van toepassing is en stelt dat de ingebrekestelling daarom niet prematuur was. De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging terecht is toegepast. Omdat eiser zijn aanvraag op 18 november 2022 heeft ingediend, valt deze onder de verlengde termijn. De ingebrekestelling van 24 mei 2023 was daardoor te vroeg, waardoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor beroep.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling.