ECLI:NL:RBDHA:2023:21433
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Eiser stelde dat verweerder niet tijdig had beslist en dat de verlenging van de beslistermijn op grond van WBV 2022/22 niet geldig was toegepast. Eiser verzocht de rechtbank het beroep gegrond te verklaren en verweerder te veroordelen tot het nemen van een besluit met een dwangsom.
De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en heeft de zaak zonder zitting behandeld. De kern van het geschil betrof de vraag of de beslistermijn geldig was verlengd met negen maanden volgens WBV 2022/22, die sinds 27 september 2022 van kracht is. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat sprake was van een situatie die verlenging rechtvaardigt.
De rechtbank oordeelt dat de asielaanvraag van eiser onder het toepassingsbereik van WBV 2022/22 valt, waardoor de beslistermijn met negen maanden is verlengd. De ingebrekestelling van 17 februari 2023 was daardoor te vroeg ingediend. Hierdoor is niet voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend door de verlenging van de beslistermijn.