ECLI:NL:RVS:2024:3701
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag en verwijzing naar rechtbank
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep nam de minister van Asiel en Migratie alsnog een besluit op 15 maart 2024, waarbij de asielaanvraag werd ingewilligd. Hierdoor verloor het hoger beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit zijn belang en werd het niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de minister de beslistermijn mogelijk rechtmatig met negen maanden had verlengd, maar dat ook dan de termijn van vijftien maanden was overschreden. Daarom werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Het beroep tegen het besluit van 15 maart 2024 werd van rechtswege aanhangig en door de Afdeling verwezen naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, die is ingericht voor de toetsing van asielbesluiten. Hiermee wordt ook de rechtsgang gewaarborgd waarbij hoger beroep tegen het oordeel van de rechtbank openstaat.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 15 maart 2024 is verwezen naar de rechtbank.