ECLI:NL:RBDHA:2023:21213
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking Nederlanderschap
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 20 oktober 2022 tot intrekking van zijn Nederlanderschap. Hij verzocht om een voorlopige voorziening om tijdens de beroepsprocedure als Nederlander te worden behandeld en zijn paspoort terug te krijgen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek een onomkeerbare voorziening betreft en dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die aanleiding zouden geven tot een andere beslissing dan eerder door de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam was genomen. Verzoeker heeft toegang tot medisch noodzakelijke zorg en heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze zal worden onthouden.
De belangenafweging leidde tot de conclusie dat het belang van verweerder bij onmiddellijke uitvoering van het besluit zwaarder weegt dan het belang van verzoeker bij schorsing. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen en de beroepsprocedure wordt voortgezet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking Nederlanderschap is afgewezen.