ECLI:NL:RBDHA:2023:21209
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken beschermenswaardig gezinsleven
Eiseres, een Syrische vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf als familielid bij haar dochter (referente) en kleinkinderen in Nederland. Verweerder wees de aanvraag en het bezwaar af omdat geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie en geen beschermenswaardig gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank bevestigt dat verweerder het juiste toetsingskader hanteerde, waarbij factoren als samenwoning, medische en emotionele afhankelijkheid, financiële steun en veiligheidssituatie zijn meegewogen. Er is geen exclusieve afhankelijkheid of hechte persoonlijke banden met de kleinkinderen vastgesteld.
De belangenafweging, waarbij ook het belang van de kinderen en het economische belang van de overheid zijn betrokken, valt in het nadeel van eiseres uit. De rechtbank volgt verweerder dat de situatie niet vergelijkbaar is met jurisprudentie waarin beschermenswaardig gezinsleven werd aangenomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de machtiging wordt niet verleend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.