ECLI:NL:RBDHA:2023:20866
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Eiser heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en legt op grond van artikel 8:55d, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Deze termijn is langer dan de standaardtermijn van twee weken vanwege de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. Tevens wordt een dwangsom opgelegd van €100 per dag bij overschrijding van de termijn, met een maximum van €7.500.
Deze uitspraak biedt partijen duidelijkheid over de termijn waarbinnen het besluit moet worden genomen en benadrukt het belang van tijdige besluitvorming in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder krijgt twintig weken om alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.