ECLI:NL:RBDHA:2023:20830
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet-tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de beslistermijn verlengd, maar heeft geen besluit genomen binnen de wettelijke termijn. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en het verzoek om vrijstelling van griffierecht definitief toegewezen.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris in gebreke is gebleven en dat het beroep tijdig is ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling. Gezien de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, legt de rechtbank een termijn van vier weken op waarbinnen een besluit moet worden genomen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500 voor het overschrijden van deze termijn. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van deze sommen en de proceskosten van €418,50 aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen vier weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en betaling van proceskosten.