ECLI:NL:RBDHA:2023:208
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen tegemoetkoming voedingskosten voor leerling-vlieger met partner in de VS
Eiser volgde een vliegopleiding in de Verenigde Staten van 31 maart 2019 tot 8 maart 2022 en woonde daar met zijn partner, waarbij hij rijkshuisvesting ontving en aanvankelijk een tegemoetkoming in voedingskosten. Verweerder stelde in augustus 2020 dat leerling-vliegers met partner geen recht meer hebben op deze tegemoetkoming, omdat zij al een hogere toelage buitenland ontvangen die ook duurtecorrectie omvat.
Eiser betoogde dat de leerling-vliegerbrief geen onderscheid maakte tussen alleenstaande en met partner verblijvende leerling-vliegers en dat het vertrouwensbeginsel hem bescherming biedt tegen het intrekken van de tegemoetkoming. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een foutieve uitvoeringspraktijk die rechtmatig mocht worden hersteld, waarbij de toestemming voor partnerverblijf een gunst is en geen recht op dubbele vergoeding geeft.
De rechtbank vond de afbouwregeling tot 1 december 2020 redelijk en wees het beroep ongegrond. Er was geen reden om het vertrouwensbeginsel toe te passen, aangezien de foutieve praktijk niet gehandhaafd hoeft te worden en verweerder een redelijke belangenafweging had gemaakt.
Uitkomst: Het beroep van de leerling-vlieger tegen het besluit om geen tegemoetkoming in voedingskosten toe te kennen is ongegrond verklaard.