ECLI:NL:RBDHA:2023:20498
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over verlenging beslistermijn asielaanvraag en oplegging dwangsom
Eiser stelde beroep in omdat de staatssecretaris niet tijdig had beslist op zijn asielaanvraag van 8 mei 2022. De staatssecretaris had de beslistermijn eenmaal met negen maanden verlengd op grond van het WBV 2022/22 vanwege een groot aantal aanvragen, waardoor de termijn verlengd werd tot 4 augustus 2023.
Eiser stelde de staatssecretaris na het verstrijken van deze termijn in gebreke en diende vervolgens beroep in. De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris nog geen besluit had genomen en verklaarde het beroep gegrond. De rechtbank oordeelde dat de verlenging rechtsgeldig was, maar dat de staatssecretaris alsnog binnen een redelijke termijn moest beslissen.
De rechtbank legde een uiterlijke beslistermijn van zestien weken op, rekening houdend met het feit dat eiser nog niet over zijn asielmotieven was gehoord en dat de staatssecretaris een voornemen tot besluit moet nemen. Tevens werd een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding opgelegd, met een maximum van €7.500.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50. De uitspraak werd gedaan zonder zitting, conform artikel 8:57 Awb Pro, en openbaar gemaakt op 21 december 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de staatssecretaris moet binnen zestien weken een besluit nemen en betaalt een dwangsom bij overschrijding.