Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 februari 2023 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
[derde-partij] B.V., te [vestigingsplaats],
Rechtbank Den Haag
Eiser werkte als assistent monteur zonnepanelen en ontving een Ziektewet-uitkering na ziekmelding in november 2018. Verweerder beëindigde de uitkering per 1 mei 2020 op basis van medische en arbeidskundige rapporten die stelden dat eiser meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen. Eiser maakte bezwaar en stelde dat psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige die een psychiatrisch onderzoek uitvoerde en concludeerde dat op de datum in geding sprake was van een stoornis door excessief cannabisgebruik en een somatisch-symptoomstoornis, met matige beperkingen in concentratie, geheugen en emotionele expressie. De verzekeringsarts betoogde dat verslaving geen ziekte is, maar de deskundige vond dat de beperkingen voortvloeien uit het cannabisgebruik en de stoornis.
De rechtbank volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat het bestreden besluit gebaseerd was op een onjuiste medische grondslag. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de deskundigenconclusies. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan eiser toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt vernietigd wegens onjuiste medische grondslag.