ECLI:NL:RBDHA:2023:19159
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig beslissen aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegekend vanwege betalingsonmacht.
De aanvraag werd ontvangen op 29 november 2022 en de beslistermijn werd met drie maanden verlengd, waardoor de termijn op 26 mei 2023 verstreek. Eiser stelde verweerder op 29 juni 2023 in gebreke en diende vervolgens beroep in, dat kennelijk gegrond werd verklaard omdat verweerder nog geen besluit had genomen.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen, omdat het hier een bijzonder geval betreft waarbij nog geen nader onderzoek is verricht. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 bij overschrijding van de termijn.
Tot slot veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 4 december 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken een besluit te nemen, met verbeurde dwangsommen en proceskostenveroordeling.