Uitspraak
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland, het college
[derde-partij] Holding, te [vestigingsplaats] (belanghebbende)
Rechtbank Den Haag
Eiser bewoont een bedrijfswoning in strijd met het bestemmingsplan omdat hij niet meer werkzaam is bij het glastuinbouwbedrijf. Het college heeft eerder de termijn om de bewoning te beëindigen verlengd tot 1 april 2023, waarna het bezwaar van eiser is afgewezen. Eiser stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarfase vanwege een onbevoegd besluit op een verzoek tot uitstel, maar passeert dit gebrek omdat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad zijn standpunten toe te lichten. De rechtbank stelt dat de begunstigingstermijn niet langer mag zijn dan noodzakelijk en dat eiser ruim vijf jaar de gelegenheid heeft gehad om aan de last te voldoen.
Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat passende woonruimte ontbreekt of dat persoonlijke omstandigheden een verlenging rechtvaardigen. Ook is geen concreet zicht op legalisering van de overtreding gebleken, ondanks lopende civiele en bestuursrechtelijke procedures. Daarom blijft het bestreden besluit in stand, wordt het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering verlenging begunstigingstermijn wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.