ECLI:NL:RBDHA:2023:19062
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense ontheemde ongegrond verklaard
Eiser, afkomstig uit Oekraïne, had op basis van de EU-Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 recht op tijdelijke bescherming in Nederland na zijn vlucht vanwege de inval van Rusland in Oekraïne. De staatssecretaris maakte op 3 juli 2023 het voornemen bekend om de tijdelijke bescherming van eiser per 4 september 2023 te beëindigen, omdat hij tot de facultatieve groep behoort die niet langer onder de doelgroep van de Richtlijn valt.
Eiser voerde aan dat de staatssecretaris niet bevoegd was om de tijdelijke bescherming te beëindigen en dat hij alsnog in aanmerking zou moeten komen vanwege zijn huwelijk met een Oekraïense vrouw die tijdelijke bescherming geniet. De rechtbank verwierp deze bezwaren, verwijzend naar eerdere jurisprudentie waarin de bevoegdheid van de staatssecretaris tot beëindiging van tijdelijke bescherming voor deze groep werd bevestigd.
De rechtbank oordeelde dat het huwelijk van eiser na de inval in Oekraïne is gesloten en dat er geen sprake is van een gezinssituatie die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming volgens de Richtlijn. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en de beëindiging van zijn tijdelijke bescherming bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.