Eiser diende op 3 augustus 2022 een asielaanvraag in, die door de staatssecretaris op 15 juni 2023 werd afgewezen als kennelijk ongegrond wegens het niet verschijnen bij een nader gehoor zonder geldige reden. De rechtbank behandelde het beroep op 23 augustus 2023 en sloot het onderzoek op 28 augustus 2023 zonder nadere zitting.
De rechtbank overweegt dat een asielaanvraag doorgaans niet kan worden afgewezen als kennelijk ongegrond zonder dat een toereikend onderzoek heeft plaatsgevonden, wat meestal een nader gehoor vereist. In dit geval heeft eiser echter expliciet aangegeven geen nader gehoor te wensen en is hij niet verschenen. De staatssecretaris mocht hieruit afleiden dat eiser zijn aanvraag niet wenste voort te zetten.
Gezien het ontbreken van asielmotieven en het feit dat Marokko als veilig land van herkomst geldt, is er geen reden om aan te nemen dat eiser internationale bescherming nodig heeft. De rechtbank concludeert dat het onderzoek naar de aanvraag volledig was en dat de afwijzing als kennelijk ongegrond terecht is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenvergoeding wordt afgewezen.