ECLI:NL:RBDHA:2023:18640
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming van een derdelander uit Oekraïne
Eiser, van Libanese nationaliteit, maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming, verleend op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, te beëindigen per 4 september 2023.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris bevoegd was om de tijdelijke bescherming voor de betreffende groep te beëindigen, zoals eerder bevestigd in een uitspraak van 30 oktober 2023. Eiser had de gelegenheid om zijn zienswijze te geven en het besluit is zorgvuldig voorbereid, waarbij de rechtbank het afzien van een individueel gehoor als geoorloofd beschouwt.
Eiser stelde dat hij zich niet veilig voelt in Libanon, maar de rechtbank wijst erop dat hij in dat geval een asielaanvraag kan indienen, waarbij de situatie in het land van herkomst zal worden beoordeeld. De rechtbank ziet geen reden om het besluit aan te houden en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.