ECLI:NL:RVS:2024:468
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had bij besluit van 18 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 zou eindigen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 1 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 8 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming niet per 4 september 2023 kan eindigen, maar krachtens de richtlijn doorloopt tot 4 maart 2024. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank.
De staatssecretaris is tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke verband houden met de behandeling van het beroep en hoger beroep. De uitspraak bevestigt dat de tijdelijke bescherming van rechtswege doorloopt tot de in de richtlijn genoemde datum en dat de staatssecretaris moet bepalen hoe dit aan de vreemdeling wordt meegedeeld.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.