ECLI:NL:RBDHA:2023:18075
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Spanje
Eiser heeft samen met zijn minderjarige zoon asiel aangevraagd in Nederland, maar verweerder heeft de aanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Spanje verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen dit besluit behandeld.
De rechtbank oordeelt dat eventuele gebreken in het voornemen zijn hersteld in het bestreden besluit, dat verweerder geen onderzoek hoefde te doen naar de situatie in Spanje vanwege het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de acceptatie van het overnameverzoek door Spanje. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er een reëel en bewezen risico is op een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van de gezondheid van zijn zoon, die epilepsie en cerebrale parese heeft.
Verder stelt de rechtbank dat verweerder zich terecht op het standpunt kon stellen dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die overdracht aan Spanje tot een onevenredige hardheid maken. De medische zorg in Spanje wordt als adequaat beschouwd en het belang van het kind is voldoende meegewogen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.