Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
nadathet onderzoek ter zitting in die procedure was gesloten, is de maatregel van 19 oktober 2023 door verweerder opgeheven omdat eiser op 9 november 2023 zijn asielaanvraag heeft ingetrokken en te kennen heeft gegeven zo spoedig mogelijk terug te willen keren naar Nigeria. Aansluitend aan de opheffing van de maatregel van 19 oktober 2023, is eiser in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. Op 10 november 2023 om 15:18 uur is de maatregel, waarvan de rechtmatigheid in deze procedure wordt beoordeeld, opgelegd.
7. In grief 1 klaagt de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de onrechtmatigheid van de eerste maatregel niet doorwerkt in de (on)rechtmatigheid van de tweede maatregel. Volgens hem vereist het Unierecht namelijk dat bij de vaststelling van een onrechtmatigheid altijd onmiddellijke invrijheidstelling moet volgen, ook als inmiddels een nieuwe maatregel is opgelegd. Wanneer de vaststelling van een onrechtmatigheid in de procedure tegen de eerste maatregel niet tot invrijheidstelling heeft geleid, dan moet de rechter die de tweede maatregel toetst, de bewaring opheffen, aldus de vreemdeling. Zijn betoog is in wezen het spiegelbeeld van dat in zaak nr. 202202420/1/V3. Met dezelfde redenering verzoekt de vreemdeling de Afdeling om het Hof hierover een prejudiciële vraag te stellen.
de bewaringonrechtmatig is - ongeacht welke maatregel in een aaneengesloten periode van tenuitvoerlegging van bewaringsmaatregelen onrechtmatig is-, niet altijd tot onmiddellijke invrijheidstelling leidt verenigbaar is met het Unierecht.”.