ECLI:NL:RBDHA:2023:18033
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op opvolgende asielaanvraag
Eiser diende op 1 augustus 2018 een opvolgende asielaanvraag in. Bij besluit van 13 oktober 2021 wees verweerder deze aanvraag af als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank behandelde het beroep, maar verweerder trok het besluit op 18 oktober 2023 in zonder een nieuw besluit te nemen.
De rechtbank constateert dat het beroep niet-ontvankelijk is voor zover het betrekking heeft op het ingetrokken besluit van 13 oktober 2021, omdat eiser daardoor geen procesbelang meer heeft. Voor het niet tijdig nemen van een besluit verklaart de rechtbank het beroep gegrond, aangezien de beslistermijn van zes maanden, zoals voorgeschreven in de Vreemdelingenwet 2000, ruimschoots was verstreken.
De rechtbank wijst op de verplichting om een asielverzoek binnen 21 maanden af te handelen conform de herziene asielprocedurerichtlijn en beveelt verweerder aan binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag overschrijding van deze termijn. Verweerder wordt ook veroordeeld in de proceskosten van €1.674,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens niet tijdig beslissen en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.