ECLI:NL:RBDHA:2023:18022
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op een aanvraag om machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis, ingediend op 13 april 2022. Verweerder heeft de beslistermijn, die maximaal 90 dagen bedraagt met een mogelijke verlenging van drie maanden, overschreden zonder een besluit te nemen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is omdat eiseres verweerder rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld en twee weken daarna het beroep heeft ingediend. Het beroep is gegrond omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank stelt een termijn van twintig weken vast waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €418,50, en moet het betaalde griffierecht van €184 vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en openbaar gemaakt op 17 november 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen, onder oplegging van een dwangsom.