ECLI:NL:RBDHA:2023:17825
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag werd ingediend op 4 november 2022, waarbij de beslistermijn op grond van de Vreemdelingenwet 2000 uiterlijk op 4 mei 2023 zou moeten zijn verstreken. Verweerder heeft geen besluit genomen en ook geen verweerschrift ingediend.
Na een rechtsgeldige ingebrekestelling door eiser op 16 juni 2023 en het verstrijken van de wettelijke termijn, stelde eiser op 7 juli 2023 beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is. Gezien de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd.
De rechtbank legt een termijn van twintig weken na verzending van de uitspraak op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor overschrijding van deze termijn. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, proceskosten van €418,50 en vergoeding van het griffierecht van €184 aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn van twintig weken op voor alsnog besluitvorming met dwangsommen en vergoeding van proceskosten.