Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak van 17 oktober 2023 tussen
[eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Inleiding
Conclusie en gevolgen
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Den Haag het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser stelde dat de grondslag voor zijn ophouding onjuist was vermeld en dat hij niet adequaat was geïnformeerd over de mogelijkheid tot beroep en rechtsbijstand. De rechtbank oordeelt dat de grondslag correct was omdat eiser ten tijde van ophouding geen identiteitsbewijs kon tonen. Wel constateert de rechtbank een gebrek in de informatieverstrekking, omdat de uitgereikte informatiefolder in het Arabisch niet vertaald was en de inhoud niet kon worden vastgesteld.
Ondanks dit formele gebrek leidt dit niet tot onrechtmatigheid van de maatregel, omdat eiser geen feitelijke belangen is geschaad en alsnog beroep heeft ingesteld. De rechtbank stelt vast dat de gronden voor bewaring, waaronder het risico op onttrekking en het verstrekken van onjuiste gegevens, feitelijk juist en voldoende onderbouwd zijn.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding afgewezen, maar de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser wegens het geconstateerde gebrek in de informatieverstrekking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de maatregel is rechtmatig.