ECLI:NL:RBDHA:2023:17053
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit besluit op de Dublinverordening, die bepaalt dat een lidstaat een asielaanvraag niet in behandeling neemt als een andere lidstaat verantwoordelijk is. Nederland heeft een verzoek tot terugname van de asielaanvraag ingediend bij Duitsland, dat dit verzoek heeft aanvaard.
Eiser stelde dat het claimakkoord onjuist was omdat de informatie in het verzoek onjuist zou zijn en hij niet in Duitsland asiel had aangevraagd. De rechtbank oordeelde dat het Eurodac-resultaat, dat aangeeft dat eiser in Duitsland geregistreerd is, doorslaggevend is en dat de staatssecretaris op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan van de juistheid hiervan. De enkele verklaring van eiser dat hij geen asielaanvraag heeft ingediend, is onvoldoende om dit te betwisten.
Daarnaast voerde eiser aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt omdat de Duitse asielprocedure structurele tekortkomingen zou hebben. De rechtbank vond dat eiser deze stelling onvoldoende had onderbouwd en dat hij zich tot de Duitse autoriteiten moet wenden als hij klachten heeft.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.