ECLI:NL:RBDHA:2023:16158

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 oktober 2023
Publicatiedatum
26 oktober 2023
Zaaknummer
NL23.29161
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet-tijdig besluit asielaanvraag

Eiser heeft op 14 september 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 14 november 2021. De aanvraag werd aanvankelijk in de Dublin-procedure behandeld, maar op 25 juli 2022 is medegedeeld dat de aanvraag in de nationale procedure zal worden behandeld, waardoor de beslistermijn van zes maanden op die datum begon te lopen.

Met de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 op 27 september 2022 is de beslistermijn voor asielaanvragen met negen maanden verlengd, waardoor de uiterste beslistermijn voor eiser op 25 oktober 2023 ligt. De rechtbank heeft in eerdere uitspraken geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is.

Eiser heeft de staatssecretaris op 29 augustus 2023 in gebreke gesteld, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat een ingebrekestelling pas kan worden gedaan nadat de beslistermijn is verstreken en twee weken zijn verstreken na ontvangst van de ingebrekestelling.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.29161

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. P.R. van de Water),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 14 september 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 14 november 2021.
Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om verweer te voeren.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eiser heeft op 14 november 2021 een asielaanvraag ingediend. Hoewel zijn aanvraag in eerste instantie werd behandeld in de Dublin-procedure, heeft verweerder op 25 juli 2022 aan eiser laten weten dat zijn aanvraag in de nationale procedure zal worden behandeld. De wettelijke beslistermijn van verweerder is daarom op grond van artikel 42, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) op 25 juli 2022 aangevangen. De beslistermijn van zes maanden op de aanvraag zou dan zijn geëindigd op 25 januari 2023.
3. De staatssecretaris heeft met de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 [1] de beslistermijn voor asielaanvragen met ingang van 27 september 2022 verlengd met negen maanden. In het geval van eiser eindigt de beslistermijn daarom uiterlijk op 25 oktober 2023. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van 21 maart 2023 [2] geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. De verlenging is daarom rechtsgeldig.
4. Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. In dit geval eindigt de beslistermijn op 25 oktober 2023. Eiser heeft verweerder op 29 augustus 2023 in gebreke gesteld. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken.
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Besluit van 21 september 2022, nummer WBV 2022/22, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2022, nr. 25775; in werking getreden op 27 september 2022.