Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V. te Utrecht,2. FBTO ZORGVERZEKERINGEN N.V. te Leeuwarden,
1.[gedaagde 1] te [plaats 1] ,2. [gedaagde 2] te [plaats 1] ,3. [gedaagde 3] te [plaats 1] ,4. [gedaagde 4] te [plaats 2] ,
1.De procedure
2.De feiten
a) de uren uit de indicatie/zorgplan komen overeen met de planning en met het gedeclareerde;
3.Het geschil
4.De beoordeling
zodanige vastlegging van gegevens dat het spoor van basisgegeven naar eindgegevens en omgekeerd achteraf door een externe accountant of, afhankelijk van de aard van de gegevens, door de NZa en de zorgverzekeraar kan worden gevolgd en gecontroleerd”(artikel 1). Welke concrete verplichtingen dit met zich brengt, is opnieuw niet zonder meer duidelijk. Ook deze regeling vormt daarom onvoldoende grond om tot de conclusie te komen dat aan de administratie die eisen mogen worden gesteld zoals door ZK geschetst, laat staan dat de gestelde schending daarvan zodanig ernstig is dat [gedaagde 1] onrechtmatig heeft gehandeld richting Zilveren Kruis. [gedaagden]
geldige goed onderbouwde, indicatiestelling” moet zijn, maar verder niet is toegelicht wat hiermee wordt bedoeld, bijvoorbeeld door te verwijzen naar het normenkader indiceren. Deze bepaling uit de betaalovereenkomst brengt dus niet mee dat Zilveren Kruis in het kader van haar beroep op onverschuldigde betaling, anders dan de rechtbank hiervoor heeft overwogen ten aanzien van haar beroep op de onrechtmatige daad, zich wel met recht kan beroepen op de door haar aangevoerde gronden voor afwijzing van een indicatie omdat deze niet alle vereiste informatie bevat (zie hiervoor onder 4.19).
5.De beslissing
woensdag 1 november 2023voor het nemen van een akte door [gedaagden] als bedoeld onder 4.54, waarna de procedure zal worden verwezen naar de rol voor het nemen van een akte aan de zijde van eerst Zilveren Kruis en daarna [gedaagden] als bedoeld onder 4.55 en de procedure tot slot zal worden verwezen naar de rol van 17 april 2024 voor de opgave van verhinderdata door partijen (FBTO uitgezonderd) voor de maanden mei tot en met juni 2024 als bedoeld onder 4.57;