ECLI:NL:RBDHA:2023:14575
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 31 maart 2023 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 22 september 2023, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
De rechtbank toetst of de voortzetting van de bewaring sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 11 augustus 2023 rechtmatig is. Eiser stelt dat de staatssecretaris niet voortvarend handelt, dat vluchtakkoord en laissez-passer ontbreken, en dat medische begeleiding niet tijdig kan worden geregeld. Ook voert eiser aan dat uitzetting een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert vanwege zijn psychische problematiek.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris voldoende voortvarend werkt aan uitzetting, met bevestiging van nationaliteit, vluchtaanvraag met medische begeleiding en afgifte van laissez-passer in zicht. Eiser werkt niet mee aan terugkeer, waardoor het risico van langere bewaring voor zijn rekening komt. De rechtbank stelt dat de beoordeling van een mogelijke schending van artikel 3 EVRM Pro niet onderdeel is van deze procedure en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de bewaring onevenredig bezwarend is.
De rechtbank ziet geen reden om de bewaring onrechtmatig te verklaren en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.