ECLI:NL:RBDHA:2023:14437
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag en bestuurlijke dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 8 oktober 2022. Verweerder heeft op 6 juli 2023 het besluit genomen om de asielaanvraag in te willigen. De rechtbank heeft eiser vervolgens gevraagd of hij akkoord was met dit besluit, waarop geen reactie kwam.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is omdat het besluit inmiddels is genomen en eiser daardoor geen procesbelang meer heeft. Het beroep richt zich ook op het besluit van 6 juli 2023, maar dit wordt ongegrond verklaard omdat verweerder heeft gesteld dat de ingebrekestelling prematuur was vanwege een rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.
De verlenging van de beslistermijn met negen maanden is rechtsgeldig op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen en de Vreemdelingenwet 2000. Hierdoor was de ingebrekestelling van 11 april 2023 te vroeg. Omdat eiser geen andere gronden tegen het besluit heeft ingebracht, wordt het beroep tegen het besluit ongegrond verklaard.
Tot slot overweegt de rechtbank dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling, mede omdat verweerder aan eiser is tegemoetgekomen door het besluit tot inwilliging. De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit tot inwilliging van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.