ECLI:NL:RBDHA:2023:1384
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij verlenging verblijfsvergunning asiel
Eiseres, van Afghaanse nationaliteit, diende in 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Na een afwijzing in 2020 en daaropvolgende vernietiging door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, verleende verweerder een verblijfsvergunning met ingang van 3 juni 2017 tot 3 juni 2022. Eiseres stelde dat er een verblijfsgat ontstond en verzocht om verlenging vanaf 3 juni 2022 voor vijf jaar.
Verweerder verlengde de vergunning op 19 oktober 2022 tot 3 juni 2027, maar eiseres handhaafde haar beroep tegen het besluit van 8 september 2022 wegens het ontbreken van een ingangsdatum in het verlengingsbesluit en het ontbreken van een proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat de verlenging aansluitend is verleend en er geen onderbreking in het verblijfsrecht is.
De rechtbank ging niet in op het betoog over de ingangsdatum in het verlengingsbesluit omdat dit besluit niet in het geding is. Ook wees de rechtbank een proceskostenveroordeling af, omdat verweerder niet onredelijk heeft gehandeld en er geen bijzondere omstandigheden zijn die vergoeding rechtvaardigen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.