Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2023:13076

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 augustus 2023
Publicatiedatum
1 september 2023
Zaaknummer
23/4342 & 23/4370
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 8:86 AwbArt. 8:88 AwbParticipatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep en verzoek voorlopige voorziening inzake intrekking bijstandsuitkering

Eiser, zonder bekende woon- of verblijfplaats, maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Katwijk om zijn recht op bijstand per 8 februari 2023 in te trekken. De voorzieningenrechter schortte dit besluit tijdelijk op, waarna het college het intrekkingsbesluit introk en de uitkering herstelde. Het bezwaar van eiser werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het intrekkingsbesluit was vervangen.

Eiser stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening en schadevergoeding. De voorzieningenrechter behandelde de zaak op zitting en concludeerde dat nader onderzoek niet nodig was. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk had verklaard en het besluit niet onrechtmatig was.

Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, evenals het verzoek om schadevergoeding wegens het ontbreken van een onrechtmatig besluit. Ook werden wrakingsverzoeken van eiser afgewezen. De rechtbank legde geen proceskostenveroordeling op en informeerde over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het beroep, verzoek om voorlopige voorziening en schadevergoeding worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummers: SGR 23/4342 en 23/4370
uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 augustus 2023 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[eiser], zonder bekende woon- of verblijfplaats, eiser

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Katwijk, het college
(gemachtigde: R.G.W. Paulissen).

Procesverloop

In het besluit van 17 april 2023 heeft het college het recht op bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) met ingang van 8 februari 2023 ingetrokken.
Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
Bij uitspraak van 14 juni 2023 [1] heeft de voorzieningenrechter het besluit van 17 april 2023 geschorst tot 6 weken na de beslissing op bezwaar.
Het college heeft bij besluit van 16 juni 2023 het primair besluit van 17 april 2023 ingetrokken en beslist dat eiser per 8 februari 2023 weer een uitkering krijgt op grond van de Pw.
Het bezwaar dat eiser tegen het primair besluit van 17 april 2023 heeft gemaakt, heeft het college in het besluit van 26 juni 2023 (bestreden besluit) niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld en een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het beroep en het verzoek op 17 juli 2023 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiser en de gemachtigde van het college hebben hieraan deelgenomen.
Eiser heeft, nadat de voorzieningenrechter het onderzoek ter zitting had gesloten, op 17 juli 2023 de rechtbank verzocht de rechter in deze zaak te wraken. De wrakingskamer van de rechtbank heeft dit verzoek bij beslissing van 15 augustus 2023 afgewezen. Vervolgens heeft eiser op 15 augustus 2023 verzocht de rechters van de (eerste) wrakingskamer te wraken. Dit verzoek is door de (tweede) wrakingskamer bij beslissing van 18 augustus 2023 niet-ontvankelijk verklaard.

Overwegingen

1. Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist zij ook op het beroep van eiser. Artikel 8:86 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben. Dat staat in artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.1 Het college heeft met het besluit van 16 juni 2023 het besluit van 17 april 2023 ingetrokken en volledig vervangen. De voorzieningenrechter stelt vervolgens vast dat het college met het besluit van 16 juni 2023 geheel aan het tegen het besluit van 17 april 2023 gerichte bewaar van eiser is tegemoet gekomen. Gelet op het bepaalde in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb had eiser daarom geen belang meer bij zijn bezwaar en is geen bewaar van rechtswege ontstaan. [2] Het college heeft daarom zijn bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het beroep3.2 Het beroep is ongegrond.
Het verzoek om een vovo3.3 Nu de voorzieningenrechter uitspraak doet op het beroep van eiser, bestaat er geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen.
Het verzoek om schadevergoeding3.4 De bestuursrechter is bevoegd op verzoek van een belanghebbende een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van schade die de belanghebbende lijdt of zal lijden als gevolg van een onrechtmatig besluit. Dat staat in artikel 8:88, eerste lid, onder a, van de Awb.
3.5 Voor zovereiser een verzoek om schadevergoeding heeft willen indienen, zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb, wijst de rechtbank dat verzoek af. Van een onrechtmatig besluit op grond waarvan een aanspraak op schadevergoeding zou bestaan, is geen sprake. De voorzieningenrechter is immers van oordeel dat het college eisers bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De beslissing op bezwaar van 16 juni 2023 is daarom niet onrechtmatig.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Omdat de voorzieningenrechter hierna het beroep ongegrond zal verklaren, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Er is evenmin aanleiding om het college te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding.
5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Verloop, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. Goederee, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.

Voetnoten

2.Zie onder meer de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 20 januari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:134.