ECLI:NL:RBDHA:2023:12909
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering uitstel van vertrek op medische gronden naar Iran
Eiser, een Iraanse nationaliteit, verzocht om uitstel van vertrek op medische gronden, welke door verweerder werd afgewezen. Het bezwaar tegen dit besluit werd eveneens ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
Het Bureau Medische Advisering (BMA) adviseerde dat de noodzakelijke medische behandeling in Iran beschikbaar is en dat eiser kan reizen mits een fysieke overdracht wordt geregeld. Verweerder baseerde daarop zijn afwijzing. Eiser betwistte de toegankelijkheid van zorg in Iran vanwege het ontbreken van een netwerk en concrete toezeggingen van betrokken instellingen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder nog geen contact had gelegd met de betreffende instelling in Iran, maar dat dit niet betekent dat dit niet mogelijk is. De vergewisplicht van verweerder vereist niet dat de overdracht volledig geregeld is bij het besluit. De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen toegang tot zorg zal hebben in Iran.
Daarmee is geen strijd met artikel 3 EVRM Pro vastgesteld. De beroepsgronden van eiser zijn ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van uitstel van vertrek naar Iran op medische gronden is ongegrond verklaard.