ECLI:NL:RBDHA:2023:12844

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 augustus 2023
Publicatiedatum
29 augustus 2023
Zaaknummer
NL23.18820
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 42 VwWBV 2022/22
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag na inwilliging

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 13 mei 2022. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, maar heeft op 21 juli 2023 de asielaanvraag van eiseres ingewilligd. De rechtbank heeft eiseres gevraagd of zij het beroep wilde intrekken, maar zij heeft niet gereageerd, waardoor het beroep gehandhaafd bleef.

De rechtbank overweegt dat nu het beroep geheel is ingewilligd, er geen procesbelang meer is om het beroep voort te zetten. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 13 november 2022 eindigen, maar is met ingang van 27 september 2022 rechtsgeldig verlengd met negen maanden op grond van WBV 2022/22, waardoor de termijn pas op 13 augustus 2023 afloopt.

De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling van 7 april 2023 te vroeg was en dat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig is. Hierdoor is er geen grond voor proceskostenveroordeling. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na inwilliging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.18820

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres

v-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.A.C. de Vilder-van Overmeire),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 13 mei 2022.
Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.
Bij besluit van 21 juli 2023 heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres ingewilligd.
De rechtbank heeft bij brief van 24 juli 2023 aan eiseres verzocht om de rechtbank te informeren of de inwilligende beslissing aanleiding is om het beroep in te trekken. Eiseres heeft hierop niet gereageerd. De rechtbank leidt daaruit af dat het beroep wordt gehandhaafd.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Verweerder heeft inwilligend beslist op de asielaanvraag van eiseres. Nu hiermee geheel tegemoet is gekomen aan het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit, zal het beroep wegens het ontbreken van procesbelang kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard.
2. Eiseres heeft haar aanvraag op 13 mei 2022 ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in het geval van eiseres eindigen op 13 november 2023. Verweerder heeft echter met de inwerkingtreding van WBV 2022/22 [2] de beslistermijn met ingang van 27 september 2022 verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eiseres pas op 13 augustus 2023 zal eindigen. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in de uitspraken van 21 maart 2023 [3] geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van WBV 2022/22 sprake is van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. [4] De verlenging is daarom rechtsgeldig. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 7 april 2023 te vroeg is ingediend. Gelet op die omstandigheid bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 21 september 2022, nummer WBV 2022/22, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000.
4.Vreemdelingenwet 2000.