ECLI:NL:RBDHA:2023:12839
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf in kader nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag werd op 15 juli 2022 ontvangen, waarna de staatssecretaris de beslistermijn met drie maanden verlengde. Na het verstrijken van deze termijn stelde eiser de staatssecretaris in gebreke op 21 februari 2023 en diende vervolgens beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en verklaart het beroep gegrond. Gelet op de bijzondere omstandigheden rondom aanvragen tot gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd. De rechtbank bepaalt een termijn van twintig weken na verzending van deze uitspraak waarbinnen de staatssecretaris alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van €418,50. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht wordt toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog te beslissen onder oplegging van een dwangsom.