Eiser was reach- en heftruckchauffeur en ontving sinds 2019 een Ziektewetuitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Na medisch en arbeidskundig onderzoek in 2020 werden vijf passende functies geselecteerd, waarvan eiser volgens de arbeidsdeskundige meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen. In 2022 stelde een verzekeringsarts dat eiser geschikt was voor drie van deze functies, waarop het UWV besloot de ZW-uitkering per 25 juli 2022 te beëindigen.
Eiser betwistte dit besluit en stelde dat het UWV geen arbeidskundig onderzoek had verricht en dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was, mede in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De rechtbank oordeelde echter dat het UWV met het rapport van de verzekeringsarts B&B van maart 2023 het toetsingskader had vervuld en dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
De rechtbank verwierp de bezwaren van eiser, waaronder het ontbreken van het arbeidskundig rapport en het vermeende schenden van het verbod van detournement de pouvoir. Het besluit werd als zorgvuldig en voldoende gemotiveerd beoordeeld. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.